vrijdag, december 23, 2005

onze rondreis langs de East Coast en Hobart



Na een vroege melkshift op dinsdag -om 4 uur bed uit om te helpen bij de herd testing: melk en koeien worden door een externe partij aan een controle-onderzoek onderworpen)- auto klaargemaakt en vertrokken richting oostkust voor een vijfdaagse rondrit op dit supermooie eiland. Opnieuw door St-Helens (dat kennen we al, nu bij daglicht), en verder naar St-Marys voor boodschappen, Denison Beach (voor zwemmen, in de golven spelen (Bram) en in de zon liggen (Lotte)) en Bicheno, een klein gezellig dorpje waar we een leuke camping vinden. Na het avondeten nog een wandeling gemaakt naar de kustlijn, op zoek naar een blowhole - waar het water door de kracht van de golven door de rotsen wordt gespoten - die we maar niet konden vinden -du uh hadden geen rekening gehouden met laagtij- MAAR we vonden wel little pinguins die onder de reusachtige rotsen hun slaapplaats hadden.
Woensdag een entry pass gekocht voor de National Parks op Tasmania en alvast de eerste - Freycinet NP- met een bezoekje vereerd. In het FNP ligt het zeer gekende Wineglass Bay, waar je enkel kan komen door het oversteken van een steile bergpas. Met stevige tred zien we het paradijselijke strand steeds dichterbij komen, tot we er onszelf ook kunnen neervleien. Bram zwemt in zijn onderbroek, Lotte kijkt toe en doet een dutje. Het zand piept en maakt lawaai omdat het zo puur zand is. Bij de terugtocht kunnen we een wallabie naderen tot op ongeveer twee meter. 's Avonds een slaapplaats gevonden in Eaglehawk Neck op weg naar het volgende schiereiland, de Tasman Peninsula. We slapen in de tuin van een organische boerderij, met een schaap (genaamd 'ComeHere') als medeweidegenoot en alweer een superlieve gastvrouw, die meteen haar fotoboeken uithaalt om alle bezienswaardigheden te laten zien en de huisslang braaf bewaart in een pot met deksel.
Eaglehawk Neck is op een bepaald punt zo smal dat je prachtige baaien aan beide kanten kan zien, en zo smal dat een honderd meter lange dog line met achttien uitgehongerde honden indertijd volstond om gevangenen tegen te houden die ontsnapt waren uit de gekendste gevangenisstad van de Tasman Peninsula, Port Arthur. We bezoeken de volgende morgen deze historische site, impressionant en interessant, ook door de gratis gids en harbour cruise. Leuk was een kerk waar alle gevangenen recht naast mekaar moesten staan en overal luiken waren, zodat ze elkaar niet konden zien (zie foto). Gruwelijk is dat we ook ontdekken dat hier in 1996 een dolle schutter in het rond begon te schieten en daarbij meer dan dertig mensen vermoordde. Er staat uitdrukkelijk in de brochures vermeld dat we de staff hier niet naar mogen vragen, omdat ze hierbij collega's en vrienden verloren hebben. Het geeft de hele omgeving (hoewel mooi en rustig) een luguber tintje.
Via een verschrikkelijke gravelbaan vinden we een super- supermooie picnicplaats aan Fortescue Bay, waar Lotte in slaap valt (ter verdediging van haarzelf: ze slaapt 's nachts niet goed en heeft nog altijd een beetje jetlag!!!) en Bram snorkelt. We bezoeken ook nog de Blowholes en Devil's Kitchen, die indruk maken omdat ze diep zijn, maar omdat het laagtij is, is het water rustig, we hadden er meer van verwacht. Een autorit brengt ons naar een camping-under-construction in Cambridge, waar we overnachten en aan de praat geraken met twee geemigreerde hollanders: gerry en paul.
En dat brengt ons bij vandaag, wanneer we na een ontbijt en het opdrogen van de tent richting Hobart (de hoofdstad) vertrekken. Na Christmas-shopping hebben we natuurlijk braaf als we zijn de allereerste internetpc opgezocht die we konden vinden om alle verhaaltjes te vertellen. Lief he!!!